Recensie: Giuseppe Verdi – La forza del destino (Amsterdam)

De Nationale Opera begint het nieuwe seizoen sterk met Verdi’s La forza del destino, een opera die vaak wordt afgedaan als dramaturgisch zwak en muzikaal onevenwichtig. Een grove misvatting.

De opera gaat misschien niet uit van de klassieke eenheid van tijd, plaats en handeling, maar is daarmee niet meteen onsamenhangend.  Verdi wilde met een ideeënopera scheppen, en zocht in de mozaïekvertelling en lossere structuur bewust naar het experiment. Hij sluit hiermee aan bij een ontwikkeling die je ook in veel 19e-eeuwse romans ziet: Forza kun je met recht een voor zijn tijd moderne opera noemen. Verdi plaatst zijn door het noodlot opgejaagde hoofdpersonen tegen de rijkgeschakeerde achtergrond van het normale leven, waarvan zij steeds verder verwijderd raken. Het ‘gewone volk’, met zijn recht-door-zee gevoelens (wij willen oorlog! Wij willen eten! Wij willen plezier!) vormt de context voor de existentiële worsteling van die hoofdpersonen.

Leonora di Vargas heeft een verhouding met Don Alvaro. De geliefden willen haar ouderlijk huis in het geheim verlaten, maar Leonora’s vader, de markies van Calatrava, betrapt hen. Alvaro gooit zijn pistool op de grond ten teken van zijn vreedzame bedoelingen, maar dat gaat per ongeluk af en doodt de markies. Don Carlos, Leonora’s broer, wil zich wreken voor de smet op de familie-eer en zal het paar, dat al snel van elkaar gescheiden wordt, rusteloos achtervolgen. Tussen de verschillende aktes verstrijken jaren, en we reizen met Alvaro en Carlos mee van Spanje naar Italië, maar de fatale gebeurtenis houdt de hoofdpersonen de rest van de opera in zijn greep; gemoedsrust is hun niet gegund.


© Monika Rittershaus

De enorme spreiding in ruimte en tijd in de opera moet het belangrijkste thema onderstrepen: het noodlot achtervolgt je altijd en overal. You can run, but you can’t hide. Als toneelschrijver Rivas – op wiens stuk Don Álvaro o la fuerza del sino de opera gebaseerd is – en Verdi met hem, had gekozen voor de klassieke eenheid van tijd, plaats en handeling was dit centrale gegeven lang niet zo krachtig geweest. Er is hier geen sprake van gevoelens die opwellen en dan weer wegebben. Verdi benadrukt door te werken met grote tableaus juist de obsessieve verbetenheid van de hoofdpersonen en hun onvermogen om zich over het gebeurde heen te zetten. Na vele jaren brandt het verterende vuur van de schuld, de wraak en de onvervulde liefde nog net zo intens als eerst.


© Monika Rittershaus

Overigens zouden diegenen die beweren dat de opera een theatrale ‘draak’  is eens goed moeten kijken naar de opbouw, die eigenlijk heel symmetrisch en helder is. In de dramatisch samengebalde eerste akte drijft het noodlot de geliefden uit elkaar, in de laatste akte brengt het noodlot hen weer samen. In de tweede akte staat Leonora centraal, en in de laatste scène van de akte lijkt zij rust te vinden in het klooster, net als Alvaro en Carlos enige rust lijken te vinden in hun vriendschap aan het begin van de derde akte. De afstand die gaapt tussen de twee geliefden benadrukt Verdi door in de tweede akte van het paar alleen Leonora ten tonele te voeren, en in de derde akte alleen Alvaro. Verdi plaatst een grootse massascène met de nodige komische elementen aan het begin van de tweede akte én aan het slot van de derde akte. Zo beschouwd heeft de opera een vrij overzichtelijke architectuur.


© Monika Rittershaus

Regisseur Christof Loy heeft in het toneelbeeld geprobeerd eenheid te scheppen in het rijkgeschakeerde drama van Verdi. Tijdens de opera komen verschillende delen van het interieur van het huis van Calatrava steeds terug in het decor. Je zou die kunnen zien als een constante visuele herinnering aan de plek waar het noodlot zich voltrok en die blijft doorwerken in de rest van de opera. Het verloop van tijd wordt in zijn regie iets minder duidelijk: pas in de laatste akte zijn de karakters duidelijk ouder geworden. Ook de terugkerende filmprojecties van het beslissende moment in de eerste akte moet een verbindend element zijn, maar die werken wat mij betreft niet. Het is al zo duidelijk dat dit moment de loop van de opera bepaalt dat de projecties overkomen als overkill: ze voegen in dramatisch opzicht niets toe en verstoren de sfeer zelfs hier en daar.


© Monika Rittershaus

Tijdens de ouverture zien we Leonora en Carlos als kinderen: in zichzelf gekeerd, zij gefixeerd op een Mariabeeld en hij obsessief spelend met een jojo. Loy lijkt hiermee te willen zeggen dat in het gezin vanaf het begin al iets scheef zit, en dat de volwassen Leonora’s hang naar religieuze verlossing eigenlijk altijd al in haar zat. Haar zoektocht naar gemoedsrust in het geloof wordt nergens mooier verbeeld dan aan het slot van de tweede akte. ‘La vergine degli angeli mi copra del suo manto e me protegga vigile’ (de maagd van de engelen bedekt mij met haar mantel en beschermt me waakzaam), zingt zij hoopvol, samen met het mannenkoor. Leonora krijgt hier de werkelijk de azuurblauwen mantel omgehangen, en verandert hiermee zelf als het ware in de Madonna. Een prachtig moment, waarin tekst en beeld betekenisvol en erg ontroerend samenvallen.

De enige echte stijlbreuk in de regie vinden we aan het einde van de derde akte, in het legerkamp in Italië. Het is een scène die niet in Rivas’ toneelstuk zit, maar Verdi wilde hier een uitgebreide koorscène als sfeerschets van de zorgeloosheid van de gewone man om te contrasteren met het centrale drama. Hij gebruikt voor deze scène een Italiaanse vertaling van Wallensteins Lager van Friedrich Schiller, die hem de kans geeft om flink uit te pakken met komische elementen. Loy zwakt die lichtvoetigheid geenszins af, integendeel: zijn wervelende enscenering van de tweede helft van het derde bedrijf overdrijft het komische zelfs misschien. geeft het publiek een ware variété-show, compleet met een mannelijke dansgroep in strakke zwakke pakjes en hoge hoeden, die je met hun Bob Fosse choreografie eerder in de musicals Cabaret of Chicago zou verwachten dan in Verdi’s opera. De regisseur volgt zo Verdi’s bedoelingen, maar af en toe wordt het wel erg jolig.


© Monika Rittershaus

Muzikaal is dit een bijzonder overtuigende Forza. Dat mag vooral op het conto geschreven worden van de jonge Italiaanse dirigent Michele Mariotti, die een fantastisch gevoel heeft voor Verdi’s muzikale taal. Precies in de maat spelen is dodelijk voor deze muziek, en Mariotti laat de muziek prachtig ademen en hij weet precies waar hij subtiel moet vertragen of versnellen. Heel af en toe zijn de tempi die hij kiest wel erg gedreven, maar zijn grip op de partituur staat buiten kijf. Hij weet het Nederlands Philharmonisch Orkest op te zwepen tot grote hoogten. Opvallend toch altijd hoe de speelstijl en orkestkleur zo kan veranderen, afhankelijk van de dirigent die ervoor staat. Vanavond wist Mariotti de musici te laten klinken als het ideale Verdi-orkest.


© Monika Rittershaus

La forza del destino is een lastig te casten opera: eigenlijk heb je zes fantastische zangers nodig in de belangrijkste rollen, waarvan er twee (Fra Melitone en Preziosilla) ook nog eens komisch talent moeten hebben. De Nationale Opera verdient ook op dit vlak weer lof, want het solistenteam heeft nauwelijks zwakke plekken. Als dragende kracht is daar Eva-Maria Westbroek als Donna Leonora. De stem zelf heeft misschien wat rafelrandjes en klinkt niet overal even egaal, maar de manier waarop ze de muziek fraseert en zich volledig in de rol gooit doet eigenlijk alle kritiek verstommen. In elke noot hoor je haar oprechtheid, en ook als actrice weet te constant te overtuigen. Alvaro is een van de zwaarste tenorpartijen die Verdi ooit schreef. Roberto Aronica is gelukkig opgewassen tegen de vele vocale uitdagingen van de rol. Hij heeft een stem die vooral lekker klinkt als hij ‘m wat open mag zetten, als hij zachter moet zingen wordt het een beetje korrelig, maar het valt te prijzen dat hij het überhaupt probeert: veel tenoren schreeuwen zich door de rol heen. Franco Vasallo is als Don Carlos een genot om te horen: een echte Verdi-bariton die niet te veel hoeft te pompen om volume te creëren als het moet en met een vol, rond en egaal geluid.


© Monika Rittershaus

Van de drie kleinere grote rollen valt vooral de prachtige stem op van de bas Vitalij Kowaljow als Padre Guardiano: diep en sonoor, echt zo’n stem waar je naar zou kunnen blijven luisteren. Veteraan Alessandro Corbelli, een specialist in de komische rollen van Rossini, maakt van Fra Melitone een vermakelijk vervelend personage, met de nodige sadistische trekjes en met een heerlijk gevoel voor tekst en timing gezongen. Veronica Simeoni mag dan niet de meest bijzondere stem hebben, ze maakt van Preziosilla wel een prettig en veelzijdig karakter die de bühne moeiteloos domineert. En natuurlijk mag ook Roberta Alexander niet onvermeld blijven, die in de kleine rol van Curra, bediende van Leonora, bewijst nog steeds over enorme présence op het operatoneel te beschikken.


© Monika Rittershaus

Verdi gaf de opera in de oorspronkelijke versie van 1862 een uitzonderlijk duister, nihilistisch en blasfemisch slot. Carlos, dodelijk gewond in een duel met Alvaro, doodt eerst zijn zus voor zelf het leven te laten. De hysterische Alvaro springt van een rots, terwijl hij de hel verzoekt hem te verzwelgen en de hemel om neer te vallen zodat de mensheid zal vergaan. De Nationale Opera bracht de herziene versie van 1869. Carlos en Leonora sterven allebei nog steeds, maar nu geen hel en verdoemenis. In plaats daarvan een verstild einde waarin Alvaro geen zelfmoord pleegt maar zich overgeeft aan de berusting van het geloof. Loy sluit af met een van zijn prachtige toneelbeelden: Alvaro die de gestorven Leonora in zijn armen houdt, Padre Guardiano die hem corrigeert dat zij niet gestorven is maar opgestegen naar God. Het toneellicht verlicht hen van de zijkant op de verder donkere bühne, en dimt langzaam terwijl ook Verdi’s muziek wegsterft op de ijle klanken van de harp en trillende strijkers. Ontroerend.

Giuseppe Verdi – La forza del destino

25 september 2017, De Nationale Opera

Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Michele Mariotti
Koor van De Nationale Opera
Regie: Christof Loy

Cast:
Il marchese di Calatrava – James Creswell
Donna Leonora – Eva-Maria Westbroek
Don Carlos di Vargas – Franco Vasallo
Don Alvaro – Roberto Aronica
Preziosilla – Veronica Simeoni
Padre Guardiano – Vitalij Kowaljow
Fra Melitone – Alessandro Corbelli
Curra – Roberta Alexander
Un alcade – Roger Smeets
Maestro Trabuco – Carlo Bosi
Un chirurgo – Peter Arink

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *