Rossini’s Il barbiere di Siviliga – een komedie om serieus te nemem

Hoewel de première een fiasco was, werd Il barbiere di Siviglia al snel de meest opgevoerde en geliefde opera van Rossini. Wat maakt deze opera toch zo briljant?

De première van Rossini’s Il barbiere di Sivilia op 20 februari 1816 in het Teatro Argentina is één van de beroemde fiasco’s uit de operageschiedenis. De overgeleverde verslagen verschillen nogal van elkaar, maar vast staat dat een groot deel van de muziek nauwelijks te horen was boven het geluid van het gefluit en gejoel van het publiek. In de loop der tijd ontstonden meerdere mythen rond de desastreus verlopen uitvoering: van zangers die struikelden en met een bebloed gezicht hun rol moesten zingen tot een kat die doodgemoedereerd het toneel opliep en daar met geen mogelijkheid meer vanaf te krijgen was.

Gioachino Rossini

Nutteloze voorzorg

De minder sensationele waarheid is waarschijnlijk dat de uitvoering gesaboteerd werd door aanhangers van de componist Giovanni Paisiello, die in 1782 een opera had gecomponeerd met als basis dezelfde tekst: het toneelstuk Le Barbier de Séville, ou la Précaution inutile van Pierre-Augustin Caron de Beaumarchais, het eerste deel van diens Figaro-trilogie. Rossini had Paisiello keurig om toestemming gevraagd om hetzelfde bronmateriaal te gebruiken, en had de opera uit voorzorg en eerbied zelfs een andere titel gegeven: Almaviva, o sia L’inutile precauzione [Almaviva, oftewel de nutteloze voorzorg]. Het mocht allemaal niet baten: de Paisiello-aanhangers waren genadeloos; een eerlijke kans werd Rossini’s versie niet gegund.

Componeren in sneltreinvaart

Rossini had Il barbiere di Siviglia, zoals de opera ondanks zijn alternatieve titel snel genoemd zou worden, in een moordend tempo geschreven. Minder dan een maand was verstreken vanaf het moment dat hij het eerste deel van het libretto van tekstdichter Cesare Sterbini had ontvangen tot de première van de opera. Was dat misschien ook een reden voor de mislukking? Had Rossini gewoon te weinig tijd gehad om een goede opera af te leveren? Dat lijkt zeer onwaarschijnlijk. Het was in die periode helemaal geen uitzondering om een opera in zo’n korte tijd te schrijven. Elke stad in Italië had wel een operatheater, grotere steden zelfs meerdere, en die waren steeds op zoek naar nieuwe composities. Elk jaar gingen vele tientallen opera’s in première. Componisten waren zo gedwongen veelschrijvers; Rossini schreef tussen 1812 en 1819 bijvoorbeeld niet minder dan 27 opera’s. Il barbiere di Siviglia was wat dat betreft geen uitzondering.

(Foto: Marco Borggreve)

Efficiënt werken

Om zo’n opera in minder dan een maand tijd van idee tot volledige partituur uit te werken en tussendoor zangers ook nog eens hun partijen te laten instuderen zag Rossini zich genoodzaakt uiterst efficiënt te werken. Zo schakelde Rossini geregeld andere componisten in om stukken te schrijven die muzikaal en dramatisch niet zo belangrijk waren. Rossini vormde wat deze praktijk betreft geen uitzondering: ook andere componisten maakten dankbaar gebruik van helpende handen om het schrijfproces zo soepel mogelijk te laten verlopen. Zo zat in de tweede akte van een komische opera vaak een aria voor een minder belangrijk personage die bekend kwam te staan als ‘ijsjesaria’, aria di sorbetto, omdat het de laatste kans was om versnaperingen te verkopen aan het publiek. Dat Rossini niet in uitzonderlijke tijdnood moet hebben gezeten bij de compositie van Il barbiere di Siviglia blijkt uit het feit dat hij die aria, in dit geval ‘Il vecchietto cerca moglie’ [Het oudje zoekt een vrouw] van huishoudster Berta, gewoon zelf heeft geschreven. Wel zijn de recitatieven, die Rossini zelden zelf componeerde, door een ander geschreven; in de originele partituur van Il barbiere di Siviglia zijn die duidelijk in een ander handschrift, al weten we niet zeker van wie. Het is zelfs mogelijk dat ze van de de bas Luigi Zamboni, Rossini’s eerste Figaro, zijn.

Zelfplagiaat

Ook leende Rossini regelmatig muziek van zichzelf voor zijn nieuwe opera’s. Dat deed hij vooral met zijn ouvertures. Op een gegeven moment lijkt hij gewoon geen zin meer te hebben gehad in het componeren van de sinfonia en recyclede hij geregeld oudere ouvertures. De ouverture van Il barbiere di Siviglia is bijvoorbeeld afkomstig van de opera Aureliano in Palmira uit 1813 en werd door Rossini in 1815 met een aangepaste orkestratie ook al gebruikt als ouverture voor Elisabetta, regina d’Inghilterra. Opmerkelijk hierbij is dat dit beide serieuze opera’s waren. Kennelijk vond Rossini het geen enkel probleem om een ouverture van een serieuze opera te gebruiken voor een komische opera, of vice versa. Het geeft aan dat de sinfonia in deze gevallen nauwelijks een dramatische functie had voor het werk als geheel, maar slechts diende als muzikaal opwarmertje voor de avond.

(Foto: Marco Borggreve)

Ook gebruikte hij geregeld kleine citaten van zichzelf in andere opera’s of gebruikt hij bepaalde muzikale ideeën nog een keer. Toch passen al die hergebruikte stukken naadloos in hun nieuwe muzikale en dramatische context; ze vallen nooit dermate uit de toon dat ze meteen als gerecyclede muziek herkenbaar zijn. Bovendien gaat het bij Rossini’s hergebruik van zijn eigen muziek vaak om een soort muzikale bergingsacties. Dan lichtte Rossini de beste stukken uit opera’s die minder succesvol waren geweest of om een bepaalde reden bij voorbaat een beperkt publiek hadden, zoals La gazzetta, dat deels in Napolitaans dialect werd gezongen, of gebruikte hij aria’s die bij hernemingen uit andere opera’s gecoupeerd waren.    

Zo klinkt de spectaculair virtuoze en in uitvoeringen helaas vaak geschrapte aria van Almaviva in de laatste akte van Il barbiere di Siviglia, ‘Cessa di più resistere’ [Geef je verzet op], sommige luisteraars wellicht bekend in de oren; het laatste snelle deel van de aria hergebruikte Rossini voor de virtuoze finale van La Cenerentola. Rossini had de aria waarschijnlijk op speciaal verzoek van de beroemde tenor Manuel García, de eerste Almaviva, geschreven, die ongetwijfeld vond dat hij er wat solomomenten betreft bekaaid vanaf kwam in de opera. Met deze aria kon hij vlak voor de finale van de opera nog even schitteren. Maar bij de herneming van Il barbiere di Siviglia in Bologna in de zomer van 1816, waarin García niet zong, had de Rosina van de productie de aria voor zichzelf opgeëist, en later dat jaar, toen de opera in Florence te horen was, ontbrak de aria geheel. Waarschijnlijk waren maar weinig tenoren in staat de voor García geschreven aria te zingen.

(Foto: Marco Borggreve)

La solita forma

Rossini, samen met velen van zijn tijdgenoten, ontwikkelde ook bepaalde vaste formules voor de opbouw van opera’s. Die formules golden voor zowel komische als serieuze opera’s. Bijna elke Italiaanse opera in de vroege negentiende eeuw volgde een voorspelbaar stramien, dat later la solita forma [de gewoonlijke vorm] zou gaan heten. Rossini droeg op deze manier sterk bij aan het ontstaan van wat we nu de ‘nummeropera’ zouden noemen. Een opera bestond uit een aaneenschakeling van ‘nummers’, afgesloten muzikale eenheden, waarbinnen actie en reflectie elkaar afwisselen. Zulke nummers konden de vorm hebben van een aria, een duet, of een ensemble met meerdere zangers. Zowel de afzonderlijke nummers als de opera als geheel hadden een min of meer voorspelbare opbouw, wat hielp bij het schrijfproces; componisten hoefden niet telkens opnieuw het wiel uit te vinden.

Bovendien had vrijwel elk theater voor komische opera’s een vergelijkbaar zangersensemble, meestal een alt en een tenor als prima donna en primo uomo, twee of meer komische bassen en ten minste een sopraan en hoge en lage mannenstemmen voor kleinere rollen. Zo lagen ook de stemtypes waarvoor componisten hun rollen schreven min of meer vast. Een theater dat Il barbiere di Siviglia uitvoerde zou met dezelfde zangers net zo makkelijk L’italiana in Algeri of La Cenerentola op de planken kunnen brengen.

(Foto: Marco Borggreve)

Vitale en frisse muziek

Dat Rossini een veel- en snelschrijver was, is dus niet zo gek: dat waren de meesten van zijn tijdgenoten ook. Maar toch bouwde hij een bijna onaantastbare status op als de belangrijkste Italiaanse componist van het begin van de negentiende eeuw. Rossini’s muziek klinkt zo vitaal en fris dat mensen zijn muzikale meesterschap nog wel eens voor lief willen nemen; alsof de componist de melodieën moeiteloos uit de mouw schudde. Maar Rossini is veel meer dan dat: hij is een meester van de muzikale vorm. Als je een opera als Il barbiere di Siviglia eens goed onder de loep neemt valt op hoe vernuftig die in elkaar zit, hoe Rossini speelt met conventies en verwachtingen en welke subtiele details er onder de feestelijk bruisende oppervlakte schuilgaan.     

Dat begint al bij de muzikale tekening van zijn personages. Meestal heeft Rossini aan één aria genoeg om het publiek een goede karakterschets te geven. Zo biedt Rosina’s ‘Una voce poco fa’ [Daarnet weerklonk een stem] niet alleen de zangeres de gelegenheid haar virtuoze kunsten tentoon te spreiden, maar geeft het haarfijn aan hoe haar in wezen goede karakter door de onderdrukking van haar voogd een malicieuze kant in haar opwekt. Het geldt misschien nog meer voor Figaro’s beroemde cavatina ‘Largo al factotum della città’ [Maak plaats voor het manusje-van-alles van de stad]. Zijn komst wordt al lang door het orkest aangekondigd, maar we zien hem nog niet en horen alleen zijn ‘la ran la lera, la ran la la!’ vanuit de coulissen. Toch zijn de vitaliteit en kracht waarmee de muziek het personage tekentmeteen overduidelijk. Figaro’s opkomst bestaat eigenlijk een reeks muzikale brokken, die zich niet ontwikkelen en eigenlijk alleen door het strakke, voor het grootste deel regelmatig blijvende ritme bij elkaar worden gehouden. Het nummer is dus in wezen volkomen statisch, maar maakt toch een ongelooflijk dynamische indruk: dat is de grote kracht van Rossini. De variatie binnen het nummer laat op hetzelfde moment zien dat Figaro een personage is met verschillende gezichten: een flexibel en vindringrijk iemand, met een onbeperkte levensvreugde.

(Foto: Marco Borggreve)

Het kookpunt van de opera

Hij vormt het onbetwiste hart van de opera. Ieder personage verhoudt zich tot hem, of via hem tot elkaar. Dat hij de regisseur van de handeling is hoor je goed in de finale van de eerste akte. Dat was in de komische traditioneel de plek voor een groot ensemble. Bij Rossini is het standaard het moment waarop de karakters zo perplex zijn door de situatie dat zij de greep op de werkelijkheid tijdelijk lijken te verliezen. In Il barbiere di Siviglia onthult op dit punt graaf Almaviva, die zich als dronken soldaat voordoet, zijn identiteit heimelijk aan het hoofd van de politie, zodat die in plaats van hem te arresteren voor overlast hals over kop het veld ruimt. Alle personages zijn perplex, en zingen op vrijwel dezelfde melodie dat zij aan de grond genageld staan als een standbeeld. Alleen Figaro onttrekt zich aan de algehele consternatie en ziet in een contrasterende melodie als enige van een afstandje de humor van de situatie in. Zijn lach lijkt te zijn ingebakken in zijn woorden en zijn muzikale lijn.

Het Rossini-crescendo

In de finale van de eerste akte horen we in het snelle slotdeel bovendien een ander handelskenmerk van de componist: het beroemde ‘Rossini-crescendo’ toe. Het orkest herhaalt steeds een muzikaal motief, en bij elke herhaling komt er een instrument bij en gaat het volume iets omhoog. Vaak bouwt hij dan een rustmoment in, waarna hij alsnog naar een spetterende climax toewerkt, Rossini besluit er bijna elke ouverture mee en bijna elke finale. In combinatie met de kakofonie van stemmen is het effect komisch en overrompelend. Je weet precies wat er gaat komen, maar toch word je meegesleept. Elke keer is die opbouw weer even onherroepelijk als opwindend. Het wekt in combinatie met de stemmen de indruk een chaos te zijn, maar het is uiterst georganiseerd chaos: onder de kakofonie van stemmen zitten vrijwel altijd strakke ritmes en zorgvuldige herhalingen: Rossini’s muziek wekt alleen maar de indruk uit de bocht te vliegen, maar blijft eigenlijk steeds strak in het gareel.

(Foto: Marco Borggreve)

Het crescendo maakt in Il barbiere di Siviglia verschillende keren zijn opwachting, maar nergens doeltreffender en vermakelijker dan in de beroemde lasteraria ‘La calunnia è un venticello’ [Laster is een briesje], waarin hij uitlegt hoe kwalijke geruchten aan kracht winnen en uiteindelijk als een verwoestende storm huishouden. De hele aria is als een groot crescendo vormgegeven, waarbij steeds een nieuw instrument zich aandient en de muziek steeds meer aan kracht en intensiteit wint. Maar ook hier maakt Rossini zijn crescendo des te krachtiger door een onverwachte onderbreking: als de muziek plotseling moduleert naar een andere toonsoort klinkt dat muzikaal letterlijk en figuurlijk als de ‘colpo di canone’ waarover Basilio op dat moment zingt. Rossini combineert op deze manier ingenieus muziek en tekst.

Tekst als muziek

Hieruit blijkt dat Rossini zeker aandacht voor de tekst heeft, en als geen ander de humoristische elementen ervan weet te onderstrepen of te versterken in de muziek. Maar hij lijkt ook een voorliefde te hebben voor woorden als klank. Er zijn weinig componisten die de inherente muzikaliteit van de Italiaanse taal zo heerlijk laten klinken als Rossini. Misschien wel het beroemdst is hij om zijn muzikale tongbrekers, doorgaans met de eigenlijk onvertaalbare Engelse term patter songs aangeduid, waarin de bas of bariton in het snelle slotgedeelte van een aria hele lappen tekst met duizelingwekkende snelheid declameert. Iedereen kent dat wel uit het slot van Figaro’s ‘Largo al factotum’, maar ook de aria ‘A un dottor della mia sorte’ [Aan een dokter zoals ik] van Bartolo heeft zo’n taalvirtuoos slot. Het zijn momenten waarop de betekenis van de woorden er eigenlijk niet meer toe doet; ze hebben eigenlijk alleen nog als muziek betekenis.

Humor in conventies

En zelfs in de vaste vormen en conventies van de nummeropera weet Rossini humor te vinden. Hij steekt er succesvol de draak meet in het laatste trio van Almaviva, Rosina en Figaro aan het einde van de tweede akte, ‘Ah! Qual colpo inaspettato!’ [Ach! Wat een onverwachte wending!]. Dat trio heeft een standaardopbouw met een langzaam en een snel deel en muzikale bruggetjes daartussen. Tijdens de cabaletta, het snelle slotdeel van het trio, zijn de geliefden van plan te vluchten. Figaro maant ze tot haast, maar de muzikale wetten dicteren de obligate vertragende versieringen in de muziek én de herhaling van een heel couplet en Rosina en Almaviva gehoorzamen aan die wetten, tot grote frustratie van Figaro. Het dramatische moment maant tot beweging, maar de conventie houdt de personages muzikaal gevangen. Met een weergaloos gevoel voor ironie gebruikt Rossini hier de vorm als komisch middel; de opera wordt op dit soort momenten bijna een humoristisch commentaar op het genre zelf.

Gelukkig erkende ook het operapubliek snel genoeg de kwaliteiten van de opera. Volgens sommige verhalen was Rossini tijdens de tweede uitvoering van Il barbiere di Siviglia thuis in bed gebleven. Toen hij na de voorstelling rumoer op straat hoorde was hij bang dat het deze keer nog slechter was verlopen dan bij de première en dat het boze publiek hoogstpersoonlijk verhaal was komen halen. Maar het tegendeel bleek waar: het publiek had zich tijdens de tweede voorstelling veel welwillender opgesteld, en was aan het einde van de avond zelfs zo enthousiast dat ze naar Rossini’s hotel trokken om de componist te bejubelen. Al snel werd Il barbiere di Siviglia de meest opgevoerde en geliefde opera van Rossini. Het is een van die zeldzame werken die sinds de première vrijwel onafgebroken op de podia van operatheaters wereldwijd te zien is geweest. En met recht: het is een eeuwig jeugdig werk vol spitsvondigheden dat ook nu nog het publiek moeiteloos weet te betoveren.

Dit stuk verscheen in Opera Informa (Jaargang 42 nummer 2), het magazine van de vriendenvereniging van de Nederlandse Reisopera. De scènefoto’s zijn afkomstig van de productie van Il barbiere di Siviglia van de Nederlandse Reisopera, in oktober 2019 in het hele land te zien en horen.

RSS
Follow by Email
Facebook
Twitter
LinkedIn

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *