‘De cirkel is rond’ – het laatste seizoen van Marc Albrecht bij de Nationale Opera

In april 2019 werd Marc Albrecht nog ‘Conductor of the Year’ bij de prestigieuze International Opera Awards. Je kunt dus gerust zeggen dat de chef-dirigent van De Nationale Opera en het Nederlands Philharmonisch Orkest aan het eind van het seizoen 2019-2020 stopt op een hoogtepunt. Hoe kijkt Albrecht terug op zijn jaren in Amsterdam?

In april 2019 nam Marc Albrecht nog de prijs in ontvangst voor ‘Conductor of the Year’ bij de prestigieuze International Opera Awards. Je kunt dus gerust zeggen dat de chef-dirigent van De Nationale Opera en het Nederlands Philharmonisch Orkest, die aan het eind van het seizoen 2019-2020 afscheid neemt, stopt op een hoogtepunt. Hoe kijkt Albrecht terug op zijn jaren in Amsterdam?

Marc Albrecht (Foto: orkest.nl)
Marc Albrecht (Foto: orkest.nl)

Echt muziektheater

“De Nationale Opera belichaamde onder leiding van Pierre Audi alles wat ik interessant en belangrijk vind aan opera”, vertelt Albrecht. “De producties die ik gezien had voor ik naar Amsterdam kwam, zoals de legendarische productie van Schönbergs Moses und Aron onder leiding van Pierre Boulez en geregisseerd door Peter Stein, en later de Ring, maakten me duidelijk dat hier echt muziektheater gemaakt werd, met muziek en theater op hetzelfde hoge niveau. Ik wist dat het geen huis was waar je naartoe gaat om de grote sterren te horen zingen, dat hier een andere vorm van opera een centrale plek kreeg. En dat is precies wat mij tot op de dag van vandaag nog steeds het meeste fascineert aan opera: dat door muziek en mét muziek, theater ontstaat. Het bijzondere is dat je merkt dat iedereen binnen De Nationale Opera die samenhang belangrijk vindt, dat er een enorm respect is voor de muziek en de noodzakelijke stimulans die de muziek vormt voor het theater. Dat heb ik altijd als heel bijzonder ervaren.”

Nooit routine

Albrecht roemt de tijd en aandacht die in Amsterdam wordt uitgetrokken voor nieuwe producties .n hernemingen. “Ik kom uit het Duitse repertoire-systeem, waar vooral de premières moeten stralen, en je daarnaast repertoire-opera’s hebt waarvoor veel minder aandacht is. In Amsterdam wordt elke opvoering behandeld en gerepeteerd alsof het een première is. Dat is uitzonderlijk. Als je zeven, acht voorstellingen na elkaar speelt kun je jezelf tijdens die reeks steeds verbeteren. De première is zelden de allerbeste voorstelling, maar vaak juist de zesde, zevende of achtste. Daarin bereik je een grotere vrijheid in het spel, vind je nog andere kleuren en intensiteiten, en andere spontane theatrale vondsten. Ook bij hernemingen van producties, met andere zangers en soms andere dirigenten, is het streven om hetzelfde niveau te bereiken als van de eerste reeks, of dat niveau zelfs nog te overtreffen. Er bestaat in Amsterdam eigenlijk geen routine. Dat geldt ook voor het orkest: die storten zich op elk project met dezelfde frisheid, overgave en nieuwsgierigheid.”

Een unieke productie: Schönbergs Gurre-Lieder (Foto: Ruth Walz/De Nationale Opera)
Een unieke productie: Schönbergs Gurre-Lieder (Foto: Ruth Walz/De Nationale Opera)

Unieke producties

Die kenmerken zorgen ervoor dat bij De Nationale Opera dingen mogelijk zijn die andere operahuizen niet zo snel zouden ondernemen. “Een productie als Gurre-Lieder, de allereerste geënsceneerde uitvoering van dat werk in de fantastische regie van Pierre Audi, past helemaal in de filosofie van Amsterdam. Nadat ik met Pierre voor het eerst de mogelijkheid besprak om het werk uit te voeren heeft iedereen zich vol ingezet om het technisch mogelijk te maken. Ik kan me eigenlijk niet bedenken waar elders op de wereld zoiets mogelijk zou zijn geweest. Dat een operahuis de middelen ter beschikking stelt om zoiets te maken, de geweldige massa’s koor- en orkestmusici die nodig zijn. Dat zijn ongelofelijke kosten, en je neemt dan een gigantisch risico met zo’n stuk. Het blijft immers Schönberg, en je weet niet hoe het publiek daarop zal reageren. Die productie gaf mij in kunst-zinnig en inhoudelijk opzicht een enorme voldoening. En de zaal zat vol! De tweede reeks was bijna nog intensiever dan de eerste keer. Dat altijd naar jezelf blijven kijken en dan boven jezelf proberen uit te stijgen is echt een kenmerk van het gezelschap geworden en daar ben ik ontzettend trots op.”

Spannende experimenten

De productie van Schönbergs Gurre-Lieder was een van de vele persoonlijke hoogtepunten van Albrechts Amsterdamse tijd. “De nieuwsgierigheid naar het nieuwe, het moderne en het onbekende is hier uitzonderlijk groot, bij het gezelschap en het publiek, ook voor mijn tijd al. Die nieuwsgierigheid heb ik willen en kunnen gebruiken, ook omdat Pierre daarvoor openstond. Voor mij waren de experimenten die we samen hebben gebracht de mooiste ervaringen. Naast Gurre-Lieder was dat bijvoorbeeld ook Oedipe van Enescu. Dat was voor mij in alle opzichten een mijlpaal. Het is voor mij een van de grootste opera’s van de twintigste eeuw, en ik ben trots hoe we dat met het orkest en de cast gestalte hebben kunnen geven in die wonderschone enscenering. We hadden nooit verwacht dat het publiek zo enthousiast zou zijn. Hoeveel mensen kennen die componist, laat staan het stuk? Maar het publiek was ongelooflijk onder de indruk, elke avond weer. Dat is precies wat we moeten doen: het publiek verrassen, hen verleiden om naar iets te gaan wat ze nog nooit gehoord hebben. Dan wordt het een ervaring die ze nooit meer zullen vergeten, en dat is iets wat me persoonlijk enorm blij maakt. Ook hoe we er bijvoorbeeld in geslaagd zijn om Eine florentinische Tragödie van Zemlinsky te verbinden met Puccini’s Gianni Schicchi, en die twee stukken met elkaar te laten communiceren. Ik heb elke avond gevoeld dat dat voor het publiek een grote verrassing was, en dat iedereen daar veel vreugde aan beleefde.”

Een persoonlijk hoogtepunt: Enescu’s Oedipe (Foto: Monika Rittershaus/De Nationale Opera)

Persoonlijke groei

“Ik geloof dat ik me als dirigent in de laatste tien jaar opnieuw heb uitgevonden”, vertelt Albrecht, “ook omdat het orkest me de vrijheid heeft gegeven om dat te doen. Ik ben meer risico’s gaan nemen, heb geprobeerd dingen scherper te krijgen, meer extremen op te zoeken. Technisch voel ik me nu veel vrijer dan vroeger. We hebben een bijzondere balans gevonden binnen het orkest, een kamermuzikaal ideaal binnen een reusachtig orkest. Dat steeds duidelijk en helder klinkt wat er in de partituur staat en dat het nergens dik of stroperig wordt: dat zijn idealen die we in elke productie hebben nagestreefd, en naar mijn mening ook steeds bereikt hebben. Dat heeft zulke mooie vruchten afgeworpen, ook in de balans met zangers. Die voelen zich door ons gedragen, kunnen surfen op onze klankgolven zonder zich erdoor bedreigd te voelen. Dat is zo moeilijk te bereiken. Naar elkaar luisteren is het ideaal. We zijn een orkest geworden, en ik ben een dirigent geworden, die het luisteren, het aandachtig naar elkaar luisteren, centraal heeft gesteld. Dat heb ik in Amsterdam ontwikkeld, en het is een ideaal dat ik overal met me meeneem. Ik had toen ik begon in Amsterdam al het idee dat ik dat graag zou willen ontwikkelen, maar ik wist niet hoe ver we daarin zouden komen. En ik moet zeggen dat tot mijn verrassing mijn verwachtingen daarin ver overtroffen zijn.”

Nog één keer Wagner voor Marc Albrecht: Audi's enscenering van Die Walküre (Foto: Ruth Walz/De Nationale Opera)
Nog één keer Wagner voor Marc Albrecht: Audi’s enscenering van Die Walküre (Foto: Ruth Walz/De Nationale Opera)

Wagner en Strauss

Het is misschien niet toevallig dat in Albrechts laatste seizoen juist Wagner en Strauss centraal staan. “Die beide componisten hebben in onze samenwerking een bijzondere plaats ingenomen. Natuurlijk had ik de wens om de Ring nog een keer helemaal te doen in een nieuwe productie, maar dat zat er de komende jaren niet in. Het is nu alleen Die Walküre geworden, maar zo hebben we in ieder geval een beetje aan de Ring kunnen ruiken, het orkest en ik. Het is spannend om juist deze opera samen te doen, waarin Wagner eigenlijk voor het eerst symfonischer dan ooit tevoren componeert. Die Frau ohne Schatten is voor mij een signatuurwerk. Ik ben echt met dit stuk vergroeid. Het is de opera waarmee ik mijn debuut in Amsterdam heb gemaakt, en nu we allemaal twaalf jaar ouder zijn geworden zal het weer anders klinken dan in 2008. Ik ben ontzettend nieuwsgierig welke nieuwe ontdekkingen we kunnen doen als we gezamenlijk terugkeren naar deze partituur na tien jaar intensief samen musiceren. En de enscenering van Katie Mitchell zal compleet anders zijn. Bovendien zullen we veel coupures openen, zodat het publiek ook muziek krijgt die ze nog nooit door Marc Albrecht en het NedPhO hebben horen spelen. Het zal anders worden, maar zeker ook zeer mooi.”

Marc Albrecht (Foto: orkest.nl)

Afscheid

Met het aantreden van Sophie de Lint als directeur van De Nationale Opera diende zich voor Albrecht een natuurlijk moment aan om ook nieuwe paden te betreden. “Ik waardeer haar zeer, en ik denk dat het goed is als er nieuwe energie komt, en een nieuw repertoire, en daarmee ook nieuwe mensen. Ik ben blij dat het Amsterdamse publiek Lorenzo Viotti, de nieuwe chef, dit seizoen al kan ervaren in Pagliacci/Cavalleria rusticana. Ik heb het gevoel dat voor mij de cirkel een beetje rond is. Ik wil mij niet herhalen, dat is mijn credo. Ik moet vooruitgaan, niet terug. Ik wil mijn periode in Amsterdam zien als een groot avontuur dat ik ben aangegaan en dat ik heb volbracht. Ik heb met het orkest behalve de Ring alle grote Wagners gespeeld, de Strauss-opera’s die me dierbaar zijn, belangrijke werken uit het klassiek-moderne repertoire. Dat zijn voor mij echt de grote pijlers, en tot op de dag van vandaag vind ik het eigenlijk een echte sensatie die in Amsterdam op deze manier te hebben kunnen doen. Ik ben dankbaar voor alles wat we de afgelopen bijna tien jaar samen hebben gedaan. Ik blijf natuurlijk nieuwsgierig hoe het gezelschap en het orkest zich verder zullen ontwikkelen, en het zal mij een genoegen zijn als ik daar in de toekomst nog een beetje aan bij te dragen.”

Dit interview verscheen eerder in het septembernummer 2019 van het Vriendenmagazine van De Nationale Opera.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *